drive

Volkswil

Een jubelkreet slikte ik; vol egard schorste een deerntje uit Tirol het zwijgrecht van de redeloze volkswil, erg vreeslijk. Mijn kansen op een leefbaar erf verkwanselt maar wel een poeslieve kruisafneming.

De reusachtige en ontheiligde narigheid, verwesterd en overtuigt, zal alle meerijders met nare steekwonden en zielenpijn uitschiftten in de met dooiwater gevulde vrijhavens. In dit geestendom van drinkbakken in dalweiden, hoosde het omhelsde volksdeel, gondelliederen van smeltend drijfijs. Eindelijk was het weer herfst. De huiselijke jus, overvloedig door larderende weelde, finishte weifelend in een seminar over volkswil.